Nederlandstalige publicaties

Bespreking van de interventie Kinderen uit de Knel door Corine de Ruiter in Directieve Therapie, jrg. 35, nr. 3, 2015

Het streven van de ontwikkelaars van Kinderen uit de Knel is behartenswaardig: het helpen van gezinnen die zijn vastgelopen in een vechtscheiding. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat er in vechtscheidingsgezinnen vaak meer aan de hand is dan alleen kinderen die knel zitten tussen ruziënde ouders. De auteurs krijgen de vechtscheidende ouders meestal in hun spreekkamer na een jarenlange juridische strijd, die mede is aangewakkerd door een gebrek aan kennis over vechtscheidingen bij de jeugdzorgorganisaties, die vanaf het begin bij deze gezinnen betrokken zijn. De risico’s van hun aanpak, in het bijzonder het risico van onvoldoende onderzoek naar mogelijk geweld binnen het vechtscheidingsgezin, worden door de auteurs niet onderkend. Mijn verwachting is dat Kinderen uit de Knel in zijn huidige vorm maar zeer beperkt effectief is bij vechtscheidingsgezinnen, zoals al is aangetoond voor psycho-educatie over scheiden en voor mediatie (Dalton et al., 2003). Gebruikmaken van de recente wetenschappelijke kennis over vechtscheidingsgezinnen en leren van de best practices uit het buitenland lijken mij effectiever.

Het gehele artikel is hier te vinden: Notitie Kinderen uit de Knel Dth sept 2015.

Justine van Lawick en Margreet Visser hebben gereageerd op mijn bijdrage over Kinderen uit de Knel. Deze publicatie vindt u hier: DT-35-4-7 Van Lawick.

Vervolgens werd Corine de Ruiter door de redactie van Directieve Therapie uitgenodigd om hierop een reactie te schrijven: De Ruiter In Dialoog over conflictscheidingen Dth 2016.

Deze discussie is een mooi voorbeeld van een professioneel en wetenschappelijk debat, hetgeen uiteindelijk bijdraagt aan het dichterbij brengen van oplossingen voor deze complexe scheidingsproblematiek.

 

Mythen over conflictscheidingen:  Een onderzoek naar de kennis van juridische en sociale professionals (de Ruiter & van Pol, 2017)

In deze publicatie wordt verslag gedaan van een survey onder Nederlandse professionals over conflictscheidingen. Met behulp van een online vragenlijst testten we het kennisniveau van 863 professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen. Dit waren advocaten, professionals uit de jeugdzorg/-bescherming, mediators en professionals uit de GGZ.

Professionals behaalden een gemiddelde score van 6,5 correcte antwoorden op een totaal van 11, waarbij juridische professionals significant beter scoorden dan sociale professionals.  Zesenveertig procent van de respondenten overschatte de prevalentie van valse beschuldigingen van huiselijk geweld en kindermishandeling bij conflictscheidingen. In opleidingen voor Nederlandse juridische en sociale professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen dient meer aandacht besteed te worden aan wetenschappelijke kennis, zodat professionals handelen op basis van kennis in plaats van persoonlijke opvattingen en mythen.

Het gehele artikel is hier te vinden: de Ruiter & van Pol Mythen over conflictscheidingen Family & Law 2017.

Adri van Montfoort schreef een reactie op ons onderzoek “Mythen over conflictscheidingen”. Deze reactie is hier te vinden: http://www.familyandlaw.eu/tijdschrift/fenr/2018/06/FENR-D-18-00003

Corine de Ruiter schreef daarop vervolgens een repliek: Onderzoek naar conflictscheidingen: Een reactie op van Montfoort (2018)

In deze bijdrage wordt een reactie gegeven op de publicatie van Van Montfoort (2018), ‘Beschuldigingen van kindermishandeling en echtscheidingsconflicten. Reactie op De Ruiter & Van Pol (2017)’. Van Montfoort richt zich in zijn reactie exclusief op onze vraag over de prevalentie van valse beschuldigingen van kindermishandeling in onze websurvey bij meer dan 800 juridische en sociale professionals in Nederland die in hun werk met conflictscheidingen te maken hebben.

Wij delen zijn standpunten niet en betogen dat het voor juridische en sociale professionals noodzakelijk is om kennis te hebben van prevalentieschattingen om tunnelvisie te vermijden. Daarnaast geven wij aan dat verbetering van het feitenonderzoek in omgangszaken noodzakelijk is.